Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd
Het volkslied, provinciale- en streek volksliederen, stedeliederen

Het Zeeuws-Vlaamse volkslied

Tekst : J.N. Pattist en J. Vreeken - Muziek: A. Lijssen

Waar eens 't gekrijsch der meeuwen
Verstierf aan 't eenzaam strand,
Daar schiepen zich de Zeeuwen
Uit schor en slik hun land;
En kwam de stormwind woeden,
Hen dreigend met verderf,
Dan keerden zij de vloeden
Van 't pas gewonnen erf.

Van d'Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.

Waar eens de zeeën braken,
Met donderend gedruis
Daar glimmen nu de daken,
En lispelt bladgesuis.
Daar trekt de ploeg de voren,
Daar klinkt de zicht in 't graan.
Daar ziet men 't Zeeuwse koren,
Het allerschoonste staan.

Van d'Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.

Daar klappen rappe tongen,
De ganse lieve dag.
Daar klinkt uit frisse longen,
Gejok en gulle lach.
Daar klinkt de echte landstaal,
Geleerd uit moeders mond.
Eenvoudig, zonder omhaal,
Goed Zeeuwsch en dus goed rond.

Van d'Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.

Daar werd de oude zede,
Getrouwelijk bewaard.
En 't huis in dorp en steden,
Bleef zuiver Zeeuws van aard.
Daar leeft men zo eendrachtig,
En vrij van droef krakeel.
Daar dankt men God almachtig,
Voor 't toegemeten deel.

Van d'Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.

De worstelstrijd met Spanje,
Bracht ons het hoogste goed,
De vrijheid door Oranje,
Betaald met hartebloed.
Dat goed gaat nooit verloren,
De Nederlandse vlag.
Zal wappren van de toren,
Tot op de jongste dag.

Van d'Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.