Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd
Het volkslied, provinciale- en streek volksliederen, stedeliederen

Stedelied van Rotterdam

Tekst: B. ten Kate - Muziek: G.B. van Krieken

'k Heb U lief, Rotterdam, met uw drukke gewoel,
Waar het leven zoo krachtig in bruist,
Koningin van de Maas, uit wier golven een lied,
Vol van glorie en hoop u omruischt!
In den wedstrijd van handel en scheepvaart houdt gij
Fier de vlag onzer vaad'ren omhoog;
En uw heden is niet van 't verleden ontaard,
Dat met roem Hollands naam overtoog.

Met verrukking aanschouw ik de groeiende vloot,
Die steeds talrijker havens vervult,
Voortgestuwd langs het spoor voor de waat'ren gebaand,
Door uw moed, uw beleid, uw geduld.
Tweede stad, eerste haven van 't dierbare land,
Dat ik dankbaar mijn vaderland noem;
Gij vergaart als weleer, uit de baren der zee,
U de schatten van rijkdom en roem.

Al heeft plots weer het krijgsvuur gevlamd langs uw stroom,
Gij stond dapper en hebt niet versaagd,
En als immer weerstondt gij dien moeilijken tijd,
Door een roemrijk verleden geschraagd.
Want door eendracht en vroomheid en moed houdt gij stand,
Fiere spruit van oud-Hollandsche stam;
Daarom blijft ge ons lief en wij zingen uw roem,
want daar is toch maar één Rotterdam.