Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd
Het volkslied, provinciale- en streek volksliederen, stedeliederen

Het Noord-brabantse volkslied

Tekst: H. Beex - Muziek: F. van der Putt

De provincie Noord-Brabant kent als enige provincie in Nederland geen officieel eigen volkslied.
Meerdere initiatieven tot stemming daarover zijn genomen, maar telkens zonder besluit.
Uit een enquête onder een representatieve groep Brabanders bleek dat een ruime meerderheid geen behoefte heeft aan een Brabants volkslied.
Gedeputeerde Staten hebben op basis hiervan besloten dat zij geen verdere stappen op dit terrein meer zullen ondernemen.

Van de meerdere liedjes die als officieus Brabants volkslied door het leven gaan wordt
"Hertog Jan" toch als hét volkslied gezien.

Toen den Hertog Jan kwam varen
Te peerd parmant al triumfant.
Na zevenhonderd jaren,
Hoe zong men t'allen kant:
Harba lorifa, zong de Hertog,
Harba lorifa.
Na zevenhonderd jaren
In dit edel Brabants land.

Hij kwam van over 't water:
Den Scheldevloed, aan wal te voet,
t'Antwerpen op de straten
Zilver veren op zijn hoed
Harba lorifa, zong den Hertog, Harba lorifa,
t'Antwerpen op de straten,
Lere leerzen aan zien voet.

Och, Turnhout, stedeke schone,
Zijn uw ruitjes groen, maar uw hertjes koen,
Laat den Hertog binnenkomen
In dit zomers vrolijk seizoen.
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa, Laat den Hertog binnenkomen,
Hij heeft een peerd van doen.

Hij heeft een peerd gekregen
Een schoon wit peerd, een schimmelpeerd,
Daar is hij opgestegen,
Dien ridder onverveerd.
Harba lorifa, zong den hertog,
Harba lorifa, Daar is hij opgestegen
En hij reed naar Valkensweerd.

In Valkensweerd daar zaten,
Al in de kast, de zilverkast,
De guldekoning zijn platen,
Die wierden/aaneengelast.
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa, De guldekoning zijn platen,
Toen had hij een harnas.

Rooise boeren, komt naar buiten,
Met de grote trom, met de kleine trom,
Trompetten en cornetten en de fluiten
In dit Brabants hertogdom.
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa, Trompetten en cornetten
ende fluiten Indit Brabants hertogdom.

Wij reden allemaal samen,
Op Oirschot aan, door een kanidasselaan,
En Jan riep: 'In Gods name!
Hier heb ik meer gestaan.'
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa, En Jan riep 'In Gods name!
Reikt mij mijn standaard aan.'
De standaard was de gouwe
Die waaide dan, die draaide dan
Die droeg de leeuw met klauwen
Wij zongen alleman
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harbalorifa, Die droeg de leeuw met klauwen
Ja de leeuw van Hertog Jan

Hij is in Den Bosch gekomen
Al in de nacht en niemand zag 't
En op de Sint Jan geklommen
Daar ging hij staan op wacht
Harba lorifa, zong den Hertog,
Harba lorifa, En op de Sint Jan geklommen
Daar staat hij dag en nacht