Het Oudhollandse hoekje

Oudhollandse (behendigheid)spellen

Wie kent ze nog, de (behendigheid)spellen van weleer?
De meeste Oudhollandse spellen zijn door de tijd ingehaald en roepen bij menigeen alleen maar vraagtekens op.
Lees hier welke spellen men graag speelde en vooral hoe ze gespeeld moesten worden.

Kazenspel

Probeer het houten balletje zo hoog mogelijk in het spel te brengen door de muis met behulp van twee trekkoorden te bewegen.
Dit doet men driemaal van uit een verschillende positie.
De score is het totaal van de drie pogingen.

Trekbiljart

Leg de bal achter in het trekbiljart op de gesloten stokken.
Beweeg beide stokken naar buiten zodat de bal naar voren gaat rollen.
Als de bal in een gat valt, tel je de punten die vermeld staan bij dat gat.
Valt de bal naast een gat, dan krijg je geen punten.
Speel drie keer en tel de punten op.

Wielrolspel

Door een draai aan het houten wiel te geven gaat het wiel lopen en kan je scoren.
Draai je te zacht, dan komt het wiel niet ver genoeg.
Draai je te hard dan gaat de rol te ver en wordt er niet gescoord.
Iedere speler mag 5 keer rollen.
Tel daarna het totaal aantal punten op.
Als het wiel schuin ligt, telt het verste puntental.

Hamerspel

Laat de knikker los in het midden van het speelvak.
Probeer, met de hamer onder de beugel, de knikker in een doel te tikken.
Komt de knikker in eigen doel dan moet je een stokje van jouw veld verwijderen.
Degene die geen stokjes meer heeft, heeft verloren.
De overige spelers tellen hun stokjes; maal honderd punten is de score.

Ringwerpen

Speel dit Oudhollandse spel met 6 tot 10 ringen.
Iedere speler gooit één maal met alle ringen.
Met ringen die in de bak zijn gevallen mag nog een keer gegooid worden.
Noteer het aantal punten.

Trou Madame

Speel dit spel op een vlakke ondergrond.
Iedere speler krijgt 6 licht afgeronde schijven.
Rol de schijven naar de poorten die van punten zijn voorzien.
Gerolde schijven mogen niet verwijderd worden.
Tel na 3 beurten de punten op.

Tafelkegelspel

Ga aan de kant van het spel staan waar de bol hangt.
Slinger de bol met een boog om de kegels, zodanig dat hij op de terugweg de kegels omstoot.
Vang de bol op als hij weer vooraan is.
Een worp waarbij de bol verschillende keren rond de stok draait is ongeldig.
Elke kegel levert tien punten op.

Mannetjesspel

Leg de 5 houten mannetjes naar voren.
Slinger de kogel tegen de mannetjes zodat deze recht komen te staan.
Een ieder mag 5 maal slingeren.
De buitenste mannetjes leveren het hoogste aantal punten op, maar zijn ook het moeilijkste te raken.

Mep de muis

Bij dit spel gaat de speler naast het spel staan en houdt de beker ongeveer 15 cm boven het speelveld.
Een medespeler laat een balletje in de koker vallen.
De speler probeert de bal zo snel mogelijk te vangen met de beker.
Iedere speler mag 3 keer spelen.

Toltafel

Plaats alle kegels op de daarvoor bestemde gekleurde stippen.
Wind het touwtje om de tol en lanceer de tol door een flinke ruk aan het touwtje in de toltafel.
Tol in één keer zoveel mogelijk kegeltjes om.
Het kegeltje in het middelste vak is 100 punten waard, de kegeltjes in de hoekvakken 50 en de andere elk 15 punten.

Bartol

Leg de kogeltjes in het midden van het speelbord en lanceer de tol tussen duim en wijsvinger in het midden van de schijf.
De kogeltjes moeten nu in de kuiltjes blijven liggen of in de holes worden geschoten.
Als alle kogeltjes scoren worden de punten verdubbeld.
Ieder kogeltje buiten de kuiltjes of holes levert 5 punten mindering op.

Sjoelbak

Ieder begint met 30 schijven die door de poortjes in de vakken geschoven moeten worden.
Een schijf is in het spel zodra deze de streep bij de afzetbalk geheel voorbij is.
De schijf mag dan door niemand meer aangeraakt worden.
Ligt er in elk vakje één schijf dan tellen de punten dubbel, dus 20 punten.
Voor 2 schijven is dat 40 punten, 3 schijven is 60 punten.

Hoefijzer gooien

Bepaal de werpafstand afhankelijk van de leeftijd van de deelnemers.
Kinderen ongeveer 1 meter, volwassenen 2 à 3 meter.
Houd het hoefijzer bij de ronding vast.
Probeer de 6 hoefijzers om de paal te werpen.

Punten sjoelbak

Ieder speelt met 15 kleine en 1 grote schijf.
Leg de grote schijf op de stip en probeer hem te raken met de kleinere schijven via de elastische hoek.
Diegene die de grootste schijf zo ver mogelijk verplaatst is de winnaar.

Haakse sjoelbak

Dit is een leuke Oudhollandse variant op de sjoelbak.
De regels zijn hetzelfde als bij de sjoelbak (zie hierboven).
Maar door de haakse bocht is het moeilijk mikken.

Schuiftafel

Dit spel spel je met 15 schijven en een keu.
Leg de schijven één voor één op de stip en stoot de schijven met de keu door het poortje.
Weggeschoven schijven mogen niet meer weggenomen worden.
De behaalde punten kan je achter het poortje aflezen.

Botenrace

Zet de pionnen op de bootjes en leg de boot aan de aanlegsteiger.
Probeer nu al draaiend aan de knoppen de bootjes zo snel mogelijk in de haven te krijgen.
Als er een pion van een bootje valt moet deze er eerst weer opgezet worden voor je verder mag varen.
De eerste die de haven bereikt heeft gewonnen.

Labyrint

Twee personen houden het blad aan de handvaten vast, de speler die start met het spelen die mag zijn handen bewegen en de ander houdt zijn handen stil.
Leg de kogel bij Start en probeer door het blad te bewegen de kogel in een van de gaten met punten te krijgen.
Je mag dit met tien kogels proberen.

Spiegelschrijven

Leg een doolhofpapier onderin de spiegelkast.
Zet je potlood via de onderkant van de kast op het begin van het doolhof.
Probeer kijkend in de spiegel met je potlood in 2 minuten het doolhof te volgen.
Zodra je een lijntje in het doolhof raakt, moet je weer opnieuw beginnen.
Diegene die het verste komt heeft gewonnen.

Pluimert

Probeer met behulp van de wip 6 pluimen in een gat te schieten.
Zet een pluim op de wip en mik hem in een gat.
Als een pluim de gaten mist moet hij blijven liggen.
Twee pluimen in één gat worden dubbel geteld.