Het Oudhollandse hoekje

Oma's liedjes en versjes - 1

Welkom bij Deel 1 van de Oudhollandse liedjes- en versjes van 'Het Oudhollandse Hoekje'.
Deze liedjes uit oma's tijd zijn, voor zover dat mogelijk was, alfabetisch gerangschikt.
Aangezien vele liedjes onder meerdere titels, of titelloos, bekend zijn is het wellicht handig om de zoekmachine onderaan de pagina te gebruiken.

Voor het zoekgemak staat achter de titel van het liedje de tekst van de eerste regel vermeld.

A-B-C-D-E-F-G - idem
A is een aapje - idem
Aan boord - Aan boord, aan boord, gij flink gezel!
Aan de muur van 't oude kerkhof - Moeder verloor de strijd
Aan de oever van de Rotte - idem
Aan den nacht - Stijg, o nacht, stille nacht
Aan het Noordzeestrand - Ik heb op zee mijn leven lang gevaren
Aan het strand - Er gingen eens twee kinderen
Aan het strand stil en verlaten - idem
Aan het strand van de Zuiderzee - Aan de Zuiderzee, aan 't stille strand
Aan mijn vaderland - Heerlijk land, ik heb u lief,
Aapje wou eens lollig zijn - idem
Abrikozen Maartje - idem
Achter de molen - Achter de molen daar staat een bloem
Advocaatje ging op reis - idem
Af en toe gaan Pa en Moe - idem
Afscheid aan de vogels - Vlucht, Lieve zangers
Al die willen te kaap'ren varen - idem
Al in de stad van Wenen - Al in de stad van Wenen, al in die grote stad
Al in een groen knollenland - Al in een groen, groen, groen, groen knollen-knollen-land
Al op een boerenweggetje - idem
Al van de droge haring - Al van de droge haring willen wij zingen
Aleer ik was een edelman - idem
Alle weken twee maal - Alle weken twee maal, ga ik in het bad

Allemaal op - Zeg, moet je horen
Allemaal op het ijs - Kleine broer zat bij de tafel
Alles blij - Alles blij, maakt de mei
Alles in de wind - idem
Almanak - idem
Als de bloemen dromen - idem
Als de grote klokke luidt - idem
Als de haan de dag verkondt - Als pas de haan de dag verkondt
Als de kachel heerlijk gloeit - idem
Als de klok van Arnemuiden - idem
Als 'k rijk was - O jongens, als 'k rijk was, ik wist wat ik dee
Als ik eens een vogeltje was - idem
Als ik groot ben - Als ik groot ben, wil ik een zeeman zijn
Als je denkt - Als je denkt: 'Ik kan 't niet halen'
Als jij een tango speelt - Vol van fantasie,
Als marktkramer ben ik geboren - idem
Als mijn slapie slaapt - Ik ben weer in 't soldatenpak
Als 't klokje klingelt - Klokje, klokje, klein en klaar
Altijd is Kortjakje ziek - idem
Amsterdams meisje - idem
Anna Suzanna - De oude Jakob zit voor het raam
Anna zat te wachten - idem
Annekeetje - Annekeetje, zeg wat deed je
Anneliesje heeft gejokt - idem
Appeltje hoog in de boom - Appeltje, appeltje, hoog in de boom
Arm meisje - Arm meisje dwaalt zoo eenzaam
Arm vischje - Er speelde een vischje in het beekje
Avondliedje - Natuur ligt in dromen verzonken

Baas Jan de timmerman - Daar is Jan de timmerman
Babbelgraag - Vrouw Zwaluw is een babbelgraag
Baddoctoren - Ik voelde mij, sinds lang, niet lekker
Bananenlied (Keesje de Jordaan) - Voor de groentewinkel stond Keesje de Jordaan.
Bedtijd - 't Is tijd om te gaan slapen
Begrijp je dat? - Gistermorgen had klein Keesje
Ben ik niet een arme smid - idem
Benjamin - af - Haast ben je niet meer Benjamin
Berend Botje - Berend Botje ging uit varen
Bergen gaan wij beklimmen - idem
Beschuit met muisjes - Beschuit, beschuit met muisjes, dat hoort erbij,
Besje - Besje keek in 't knekelhuis
Beukenootjes - Er tjilpte in het beukebos
Biggetje Bami - Biggetje bami heel aandachtig
Bij de halte van lijn negen - idem
Blijheidslied - De beiaard zingt zoo schoon hij kan

Bloedworst en kaas - Er was 's 'n bloedworst van Duits makelij
Bloeiende boomen - De boomen dragen bloesems
Bloeiende twijgen - Jantje, z'n vader was zeeman
Bloeimaand - Mei spreidt zij bloesem weer over struik en bomen
Boer en kleermaker - Daar was ereis een boertje in het Westerland
Boer, wat zeg je van mijn kippen? - idem
Boerenmarsch - Wij zingen van de boeren en de boerinnen
Bom, bam, de klokken luiden - idem
Breiliedje - Rikketiktik! Rikketiktik!
Broodkruimels - Wat pikt er tegen 't vensterglas
Bruilofts ABC - A is de aanhef van 't bruilofts ABC
Buiten - Wij dartelen tussen bloemen,
Buiten-2 - In Koelucht en in Zalk
Buiten in de biezen - Buiten in de biezen. Daar lei een hondje dood

Catootje - Ik ben met Catootje naar de botermarkt geweest
Cheerio, Holland - Ik zing u een liedje vol zwier en plezier
Columbus - Daar woonde in een heel ver land

Constantineke - idem
Corvee - Water sjouwen, dekens vouwen,

Daantje - Daantje zou naar school toe gaan,
Daantje Dom - Daantje Dom hield niet van leren,
Daar buiten, daar buiten - idem
Daar kan een ronde zeeman niet om treuren - Een stokvis in de zonneschijn
Daar klingelt een klokje - Daar klingelt een klokje met zilveren klank
Daar kwam ene boer van Zwitserland - idem
Daar liep een oude vrouw op straat - idem
Daar vaart een man op zee - idem
Daar was een boertje van Westveen - idem
Daar was een wuf die span - idem
Daar was eens een oude uil - idem
Daar was laatst een meisje loos - idem
Dansliedje 1 - Flink de voeten van den grond
Dansliedje 2 - Op meisjes, in den rondedans
Dat gaat naar Den Bosch toe - idem
De aardappelnood - Nu de piepers beter zijnen
De alpenherder - Ik leef hoog op de Alpen
De armendokter - Hij ging door zijn wijk met een vetleren tas
De bakker - Bakker, bakker, bolleman
De belhamel - Ied're avond trok bij buurman,
De boer en de gansjes - Drie gansjes kuierden blij in de wei
De boer had maar enen schoen - idem
De bok - Jij stoute stoute bokje
De bokkewagen 1 - In een eigen koets te rijden
De bokkewagen 2 - Ik zag vannacht een bokkewagen
De boog - Moeder keek door 't venster buiten
De brave moeder - Zachtjes vlood de ranke boot
De dievenwagen - Jongens kom kijken, de wagen staat voor
De dominee van Urk - idem
De drie vaderlijke wiegeliedjes - Kom kleine vent
De eerste zoen - Aardig meisje,
De fakkeloptocht - Nu ik ook kan
De fiere pinksterblom - Hier is onze fiere pinksterblom
De franse gouvernante - 'n Grote stad, 'n stille gracht
De garrenkwak - Wie rijk wil worden op z'n gemak
De gevallen kameraad - Ik had een wapenbroeder,
De griezelige tovenaar - In het bos woont een griezelige tovenaar,
De groenteboer - Daar komt Jaap de groenboer aan,
De herder - Op de groote, stille heide
De Hollandse molen - Zie de molen van 't Hollandse land
De juffrouw van de retirade - De mensen denken dat m'n vak toch zo verschrikkelijk vies moet wezen
De kabels los - De kabels los, de zeilen op!
De kadulletjes - Wij zijn al bijeen
De karekiet - In de schone lentedagen,
De kersepit - Hoe komt die kersenpit in de frambozenjam
De ketel en de koffiepot - Vuurtje stook! Ketel kook!
De keukenmeid - Mijn zusje heeft een keukentje
De kikker - Die gladde glazen knikkertjes
De kleine kroot - In zeker dorpje woonde een kind
De kleine rooker - Weggekropen in een hoekje
De kleinste - In 't groene dal, in 't stille dal
De klok - De klok gaat steeds maar heen en weer
De klokken van Haarlem - idem
De koe zonder staart - Een koe in Apeldoorn
De koning van Siam - De koning van Siam die had het zo koud

De kop van de kat was jarig - idem
De krepelaar - De krepelaar ging wand'len
De kukelhaan van Bontekoe - idem
De marktventer - Van het dorpje naar de stad,
De meisjesplager - Zeg eens, foei! jij groote Jo,
De mooiste bloemen - Midden op het grote plein
De muizenford - Alle kindertjes van Snort
De onbedachtzaamheid - Zie Keesje! deze doode mug
De onbewaakte overweg - In een vriendelijk boerenhuisje
De ooievaar komt - In een klas met kleine kleuters
De orgelkat - Tsching, tschang! Tsching, tschang!
De oude klok - Wat mij nog altijd spreekt uit vroeger dagen
De peren - Aan Luitenant S., den jovialen Kompieskommandant
De reddingboot - Wakk're jongens, Hollands trots
De schoenlapper - Ik zit al met mijn driebeen
De schutter - Tara bom, tara bom, tara bom
De schutterij - Daar komt de schutterij
De stoker en de machinist - idem
De taaie onbeheerde kat - Bij Janssen drie hoog op het plat
De visserman - In 't Oosten kleurt een nieuwe dag
De vlieger - Tjoep, zei de vlieger
De vogelverschrikker - Boven in de kerselaar
De vuilepoes - Kaatje was een morsebel
De waldhoorn - Langs berg en dal klinkt hoorngeschal
De watermolen - Als de morgen kriekt,
De waterwagen - Spetter de sputter de spat
De wind - Koeltjes suiz'len, doen rits'len het lover
De winter begint - De tak die schudt haar blaadjes af
De winter is verganghen - idem
De wip - Jet, Marie en Fien, Pieter, Jan en Flip,
De ijsman - Kijk daar komt de ijsman aan
De Zilvervloot - Heb je van de zilveren vloot wel gehoord
Dertig dagen - Dertig dagen heeft November
Des avonds als het klokje tikt - idem
Des winters als het regent - Des winters als het regent dan zijn die paadjes diep
Die domme kippen - Trip, trap
Die jongens van Jan de Witt - Wie kent er niet die brave zielen
Dokter Levertraan - Ontbood men dokter Levertraan
Dokter Pilleman - Dokter Pilleman ik heb zo'n buikpijn
Dom Jantje - Janneman heeft zich bezeerd
Door de bossen - Door de bossen, door de heide,
Dorst van de worst - Fik was een vroolijk hondje
Drie eendjes - Er waren drie eendjes in een pontje,
Drie ganzen in 't haverstro - idem
Drie kleine kleutertjes - Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek
Drie kleine visjes - Drie kleine visjes zwommen
Drie oude ventjes - Drie oude ventjes die gingen op een keer
Drie ouwe ottertjes - Drie ouwe ottertjes wilden gaan varen
Drie schuintamboers - Drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
Droom, kindeke, droom - idem
Dubbele Jan - Dubbele Jan die zie je niet meer op de kermis staan
Duimelot is in 't water gevallen - idem

Echo - Daar loopen drie aardige meisjes
Een aardig klein muisje - idem
Een aardig paartje - Er was eens een muisje
Een draaiersjongen - In een blauwgeruiten kiel
Een ezel balkte noten na - Een ezel balkte noten na, i-a, dideldompom i-a
Een ezeltje uit Zanzibar - idem
Een fopperijtje - Moesje, 'k wil vanmorgen niet gewassen
Een goeie raad - Piep, piep, piep!...Dat is een muisje
Een haaienbruiloft - Een haai die wou eens bruiloft vieren,
Een hagelwit katje - idem
Een houtworm - Een houtworm zat in een keukenstoel
Een huisje - Ik ken een aardig huisje
Een jong heertje ging uit jagen - Een jong heertje ging uit jagen op een mooie dag
Een klein, klein kleutertje - idem
Een klein ondeugend ventje - idem
Een lied van Nederland - Alle man van Neêrlands stam
Een liedje van de zee - Wie gaat mee, gaat mee over zee?
Een mandje vol amandelen - idem
Een mannetje van peperkoek - 'k Droomde gist'ren van een ventje
Een middagslaapje - Wie rusten wil in 't groene woud
Een plagerijtje - Poesje, loer je naar de kooi?
Een raadseltje - Er was een huisje wit en glad
Een ruitertje - Er was eens een gansje gak-gakker-de-gak

Een scheepje - Een scheepje in de haven landt
Een schildpad - Een schildpad voelde zich zo raar
Een stroozak is de beste kameraad - Als je uit het burgerleven
Een tramrit - 'k Heb een mooie rit gemaakt
Een veldmuis vond in het beukenbos - idem
Een vreemde arme snuiter - idem
Eendracht maakt macht - De vad'ren, wier moed ons met geestdrift vervuld
Eenmaal moet je gaan varen - Als je jong bent dan zoek je het strand
Eigen schuld - Klosjeklos klep klop
Elfendans - 's Avonds in den maneschijn
Elfstedentocht - Nu is de winter pas compleet!
Elsje Fiederelsje - Elsje Fiederelsje, zet je klompjes bij 't vuur
En 's avonds - En 's avonds en 's avonds en 's avonds is het goed
En we gaan nog niet naar huis - idem
Engelenwacht - Als goede kinderen slapen zacht
Er is er één jarig - idem
Er is nog soep - En er is nog soep, soep,
Er was eens een vogeltje dat kon niet meer kakken - idem
Er zat een klein zigeunermeisje - idem
Erg vriendelijk - Dikkerdje zat in een hoekje