Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Woutertje kaboutertje

Woutertje kaboutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje kaboutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.

Ik heb 'm al jaren en nooit geeft ie last.
Hij woont in een trommeltje onder de kast.
En 's morgens om zeven uur hoor je geluid.
Dan roept ie om eten, dan wil ie eruit.

Woutertje woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.

Ik zag 'm voor 't eerst op de mat in de gang,
Ik zei goeiemorgen ben jij hier al lang.
Hij zei nou ik denk een minuutje of vijf,
Ik vind je wel aardig, ik denk dat ik blijf.

Oh, die Woutertje woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.

Hij is reuze aardig we hebben veel pret,
Maar 's avonds om zeven uur moet ie naar bed.
Hij trekt een pyamaatje aan van katoen,
Dan bindt ie zijn baard op en krijgt nog een zoen.

Oh, die Woutertje woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep. Hoi!