Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Werkeloze handen

In 'n haveloos huisje in 'n armelijk slop
Zit 'n man in de kracht van z'n jaren
Hij kijkt naar z'n handen en buigt dan z'n kop
En zit in de ruimte te staren
Dan denkt hij in wanhoop waar moet dat naar toe
Waar zal er mijn scheepje eens stranden
Hij voelt zich zo eindeloos droevig te moe
Als hij kijkt naar zijn werkeloze handen

Die eerlijke handen zo stoer en zo sterk
Wat waren die vroeger 'n zegen
Ze waren nooit lui en ze vonden steeds werk
Daar waren ze nooit om verlegen
Wanneer hij nu denkt aan die heerlijke tijd
Dan vloekt hij en knarst op zijn tanden
Geen mens kan begrijpen hoe zo iemand lijdt
Als hij kijkt naar z'n werkeloze handen

Hij heeft in 't lot van zovele gedeeld
Hij werd naar de steun gedreven
Daar werd hem 'n zeker bedrag toebedeeld
Daar moesten ze voortaan van leven
Die aalmoes dat steungeld hoe goed ook bedoeld
Het is hem als voelt hij het branden
Het is of hij nu pas z'n machteloosheid voelt
Als het ligt in z'n werkeloze handen

Ze hadden 'n toekomst gedroomd voor hun kroost
De kind'ren ze moesten iets leren
Die werden dan later hun steun en troost
Daar wilden ze veel voor ontberen
Nu groeien ze op in de modder der straat
Voor armoe misschien wel voor schande
Is't wonder dat vader de maatschappij haat
Als hij kijkt naar z'n werkeloze handen

O gij die nog werk hebt denk er toch aan
Geen werkloze stumpers te smaden
Wees blij dat u niet in de rij hoeft te staan
Voor 't bittere brood der genade
Wees goed voor uw broeder het is niet zijn schuld
Zijn werkloosheid is toch geen schande
Wees veeleer met eindeloos meelij vervuld
Als u kijkt naar z'n werkeloze handen