Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Wat een etersbaas

Tekst: S. Abramsz

Heb je wel gehoord
van de kleine dikke jongen
die zo vrees'lijk eten kon?

'k Zal je eens gauw vertellen
wat hij gist'ren heeft gegeten
en dan zul je vragen
hoe de jongen 't toch verzon.

Zeven diepe borden
karnemelkse brij
met een pondje stroop erbij.

Zeven dikke boterhammen,
flink belegd met plakken kaas.
Is dat nu geen etersbaas?

Maar toen had dat etersbaasje
nog niet eens genoeg.
Weet je wat hij toen nog vroeg?

Zeven krentepannekoeken
als zijn duim zo dik,
zeven sneeën krentemik,
en nog tot besluit
zeven rol beschuit.

En nu is mijn versje uit...