Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Vier weverkens

Uit: Het oude Nederlandsche lied door F. van Duyse

Vier weverkens zag men ter botermarkt gaan
En de boter die was er zo diere
Zij hadden geen duit haast meer in hunne tas
En ze kochten een pond sa vieren
Schietspoele, sjerrebekke, spoelza!
Djikkedjakke, kerrekoltjes, klitsklets!
En ze kochten een pond sa vieren

En als zij dat boterke hadden gekocht
Zij hadden er vier platelen
Zij spraken dat vrouwke zo vriendelijk aan
Sa, vrouwke, en wilt het ons delen
Schietspoele, sjerrebekke, spoelza!
Djikkedjakke, kerrekoltjes, klitsklets!
Sa, vrouwke, en wilt het ons delen

Het vrouwke dat sprak: Ja dat zal ik wel doen
Ja, zo wel als een vrouwke vol eren
Want ik wete wel wat er de weverkens zijn
En de weverkens zijn er geen heren
Schietspoele, sjerrebekke, spoelza!
Djikkedjakke, kerrekoltjes, klitsklets!
En de weverkens zijn er geen heren

Wat zouden de weverkens heren zijn
Zij en hebben er huize noch erven
En kruipt er een muiske in hunne schapraai
Van honger zo moet het er sterven
Schietspoele, sjerrebekke, spoelza!
Djikkedjakke, kerrekoltjes, klitsklets!
Van honger zo moet het er sterven

En als dan dat muiske gestorven zal zijn
Waar zullen zij het begraven
Al onder de weverkens hunne getouw
En het grafke zal rooskens dragen
Schietspoele, sjerrebekke, spoelza!
Djikkedjakke, kerrekoltjes, klitsklets!
En het grafke zal rooskens dragen