Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Twee voerlui

Tekst: J.P. Heije

Een karretje op een zand weg reed;
De maan scheen helder, de weg was breed,
Het paardje liep met lusten.
'k Wed, dat het zelf zijn weg wel vindt,
De voerman lei te rusten.
Ik wensch je wêl thuis, mê vrind, mê vrind!
Ik wensch je wèl thuis, mê vrind!

Een karretje reed langs berg en dal;
De nacht was donker, de weg was smal,
Het paard liep als met vleugels;
De sneeuw jacht zweept zijn oogen blind,
De voerman houdt de teugels
Ik wensch je wêl thuis, mê vrind, mê vrind!
Ik wensch je wèl thuis, mê vrind!

Een karretje keert behouden weêr;
Het ander heeft er geen voerman meer;
Waar mag hij zijn gebleven?
'k Wed, dat je 'em op den zandweg vindt,
Of moog'lijk wel daar neven...
Hij komt niet weer thuis, die vrind, die vrind!
Hij komt niet weer thuis, die vrind!