Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Tabakslied. Voor rookers en smokers.

Tekst: N. Beets

Des morgens was 't een trotsche plant,
Maar 's avonds lag zij laag in 't zand;
Ook 't menschlijk ras
Verdort als gras.
Mijn vriend! koop nooit een ons tabak,
Of steek dat lesjen in je zak.

En als je een pijp krijgt, denk altoos:
Hoe fijn! hoe wit! hoe bijster broos!
Een klein fortuin:
Zij stort in puin!
En als je tijd hebt, denk er bij:
Al lijk ik stevig, 'k ben als zij.

Blaast straks uw mond den rook omhoog,
Dat brengt je alweer wat onder 't oog:
't Is enkel lucht,
Weg met een zucht.
De wijze koning heeft gezeid:
Al 's werelds goed is ijdelheid.

De booze lust vervuilt het hart,
En 't rooken maakt uw pijpje zwart.
Geen wasschen baat;
Slechts 't vuur schaft raad:
Uw boezemkwaad, gelijk je ziet,
Moet uitgebrand, of 't helpt u niet.

En klopt gij eindlijk 't pijpjen uit,
Zoo neem dit lesje tot besluit:
Wat lekker was
Werd enkel asch;
't Genot is kort, en haast gedaan;
Getroost u dat, of laat het staan.