Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Spreeuwenliedje

Tekst: N.A. van Charante

Welkom, spreeuwtje! op het dak,
Waar ge in 't glimmend zwarte pak
Weer uw liedje zit te fluiten.
't Eerste zomerse concert,
Dat natuur gegeven werd,
Lokt ons allen reeds naar buiten.
Vrolijk neuriet gij ons toe:
Kikriri - ri - kikrikoe!

Vochtig van den morgendauw,
Is uw borstje, groen en blauw,
Met gespikkeld paarse veren.
Gij draagt 't mooist satijnen vest,
't Is van 't fijnst en 't allerbest,
Meer geglansd dan vaders kleren
En de garnituur van moe.
Kikriri - ri - kikrikoe!

Waarom zijt gij weg gegaan?
Hadt het liever niet gedaan.
Waartoe toch naar warmer plaatsen?
Waart gebleven, lieve spreeuw!
Want er viel zo weinig sneeuw.
Niemand zag men op de schaatsen,
En de sloot lei haast niet toe.
Kikriri - ri - kikrikoe!

Ja, gij lacht ons, loze guit!
Met uw klepprend snaveltje uit,
Daar wij tent nog ijsbaan zagen;
Maar wij lachen nu om strijd,
Dat gij zulk een koudkleum zijt.
Hebt gij geen bouffant of kragen?
Spreeuwtje! knoop uw rokje toe.
Kikriri - ri - kikrikoe!

Zie, daar zwermt gij door de lucht,
Zwenkend in gelijke vlucht.
Laat de sperwer u niet vinden.
Zijn zijn nagels in uw rug,
Zo zal hij ook even vlug
U met huid en haar verslinden;
Daarom, spreeuwtje! zie wat toe!
Kikriri - ri - kikrikoe!

O, daar haalt gij met uw bek
Uit mijn tuintje plant en stek,
Om 't baldadig weg te slepen!
Wacht, ik zet mijn vogelknip,
En ik vang u in een wip;
Heb ik u maar eens gegrepen,
'k Sluit u op,... en fluit u toe:
Kikriri - ri - kikrikoe!