Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Roken

Er was een kleine jongen
Van nog pas zeven jaar
Die wilde wel eens roken
Eens roken een sigaar.

Roken, roken, roken maar
Roken ja wel zo'n sigaar.

Hij blies de witte wolken
Zo dapper naar omhoog
Tot het begon te draaien
Te draaien voor zijn oog.

Roken, roken, roken maar
Roken ja wel zo'n sigaar.

Hij kreeg een wit gezichtje
En oh zo'n raar gevoel
Tot hij begon te tuimelen
Te tuimelen van zijn stoel.

Roken, roken, roken maar
Roken ja wel zo'n sigaar.

Zijn pa vond hem daar liggen
Bij het stoeltje in de hoek
Hij zei: "Die zal wat krijgen
Wat krijgen voor zijn broek".
Roken, roken, roken maar
Roken ja wel zo'n sigaar.