Het Oudhollandse hoekje

Oudhollandse liedjes 17e eeuw en eerder en verdragsteksten

Een liedje van Koppelstok (1572)

de inname van Brielle door de watergeuzen
Tekst en Muziek: A.J. Schooleman

In naam van Oranje, doe open de poort!
De Watergeus ligt aan den wal;
De vlootvoogd der Geuzen, hij maakt geen akkoord,
Hij vordert Den Briel of uw val.
Dat is het bevel van Lumey, op mijn eer,
En burgers, hier baat nu geen tegenstand meer!
De Watergeus komt om Den Briel!

De vloot is met vijfduizend koppen bemand,
De mannen zijn kloek en vol vuur.
Een ogenblik nog, en zij stappen aan land,
Zij wachten bericht binnen 't uur!
Gij moogt dus niet dralen, doe open de poort!
Dan nemen de Geuzen terstond, zonder moord,
Bezit van de vesting Den Briel!

Komt, geeft de verzeek'ring, 'k moet spoedig terug,
De klok heeft het uur reeds gemeld.
Ik zeg u, geeft gij mij de sleutels niet vlug,
Dan is reeds uw vonnis geveld!
De wakkere Geuzen staan tandknersend daar;
Zij wetten hun zwaarden en maken zich klaar!
En zweren "De dood of Den Briel!"

Hier dringt men naar buiten, daar schuilt men bijeen,
En spreekt over Koppelstoks last:
"De stad in hun handen of anders den dood."
't Besluit tot het eerste staat vast!
Maar nauw'lijks is hiermee de veerman gevleid
Of Simon de Rijk heeft de poort gerammeid!
En zoo kwam de Geus in Den Briel!