Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

In Bemmelekom

Tekst: Annie M.G. Schmidt

In Bemmelekom, in Bemmelekom,
Daar viel vandaag de toren om,
Om vijf voor half negen.
De koster is aan het hollen gegaan
En als de koster dat niet had gedaan,
Dan had hij warempel de torenhaan
Nog op zijn kop gekregen.

Hoe is het gegaan? Hoe is het gegaan?
Er was toch geen storm en er was geen orkaan,
Alleen maar een buitje regen.
Wat zeg je? Vanzelf? Och kom, och kom,
Zo'n toren valt toch vanzelf niet om
En zeker niet die van Bemmelekom
Om vijf voor half negen.

Maar zie je dat jongetje staan?
Die heeft het gedaan! Die heeft het gedaan!
Die jongen z'n naam is Gerritje.
Hij schoot met z'n kattepult, rommelebom,
Pardoes ineens de toren om,
Die hele toren van Bemmelekom.
Hij deed dat het met een erretje.

Wat 'n ongeluk! Wat 'n ongeluk!
Daar is me die hele toren stuk,
Van onderen en van boven!
Maar Gerritje zegt: "Het was heus niet mijn schuld,
Het ging zo vanzelf met die kattepult."
En: of je hem niet verklappen zult...
Dat moeten we hem beloven.

Ssst... mondje toe!