Het Oudhollandse hoekje

Oudhollandse liedjes 17e eeuw en eerder en verdragsteksten

G'lijck den grootsten rapsack (1574)

het ontzet van Leiden
Tekst: A. Valerius

G'lijck den grootsten rapsack.
Vloot den Speck verbaest,
Als een wind die blaest.
Siet hem met sijn knapsack
Loopen in der haest
Als een hond die raest.
O ghij stad van Leyden!
Dit stuck bemerck
En laet toch verbreijden
Gods wonderwerk.

De boergoensche vanen
Vlogen op de vlucht,
Met een groot gerucht,
En de Castiljaenen
Waren oock vol sucht
En geheel beducht
Door de hooge stromen
En menig man
Die sagen komen
Dick krielen aen.

Wilt Gods eer verbreijen,
Die nu kleijn en groot
Vrij maeckt van de doot,
En naer droevig schreijen
U dus sent in noot
Overvloedig broot.
Lof dan, prijs en eere
Moet sijn geseijt'
God ons aller Heere
In eeuwichheyt.