Het Oudhollandse hoekje

Oudhollandse liedjes 17e eeuw en eerder en verdragsteksten

Geuzenlied (1600)

Klaaglied van Albertus van Oostenrijk bij het verlies van de schans Andries
Uit: Nieuw geuzenlied-boek door H.J. van Lummel

De Geuzen sijn in Bomlerweert gevallen,
Zij hebben mijn ontnomen met haer allen
Een hupse schans en daartoe sterck van mueren;
't Is een qua kans voor mij, die 't moet besueren.
Want met dees schans seer fel
Meend' ik te winnen 't spel,
Dit was oock al mijn meening
Maer 't is nu al crackeel,
Want nullo is mijn deel,
Dat mij brengt in vercleening.

Omdat Nassau als een stout helt bevonden
Hollant getrou wil sijn tot allen stonden,
Die met geweld mijn volck daer quam bestrijden,
't Welck mij seer quelt; nochtans ick moetet lijden,
Ick wilde wel voorwaar
Dat dese schans aldaer
Noijt en ware begonnen!
Want 't spel heb ick geroct,*
Maar de Geus seer verstoct,
Die heeft het afgesponnen.

Mijn vreucht verdwijnt, courage loopt verloren,
Maar siet het schijnt, ick bender toe geboren;
Ick heb den strick voor anderen gehangen,
Maar nu ben ick daer selver in gevangen!
Och wat sal ick gaen doen!
't Hart sinct my in de schoen,
Door angst ben ick verslagen!
Elc roept met vollen crop:
"De clapmuts moet haes-op!"**
Ai seg, wie sout verdragen?

* op touw gezet
** de Spanjaard moet weg