Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Een tramrit

'k Heb een mooie rit gemaakt
Door de ganse stad.
Wel een goede drie kwartier,
Wat een eind was dat.
Met een electrische tram
Voor een duppie maar!
Of het fijn was? Nou, en of!
Jongens, reken maar!
Tingelingeling.

Was de kleur van 't lichtje groen,
Ging de tram vooruit,
Brandde 't licht met rode kleur,
Moest er iemand uit.
Ging de bel van ting, ting, ting,
Mensen van de lijn;
Voor de electrische tram
Moet er ruimte zijn!
Tingelingeling.

In de tram zat ook een juf
Van het platte land.
Op haar schoot een eiermand,
Vol, tot aan de rand.
Plots gleed bij een scherpe bocht,
-Wat een ongeluk-
Juf met mand zo van de bank;
Al de eiers stuk.
Tingelingeling.

'k Heb een mooie rit gemaakt,
Door de ganse stad,
Wel een goede drie kwartier,
Wat een eind was dat,
Met een electrische tram,
Voor een duppie maar!
Of het fijn was? Nou, en of!
Jongens, reken maar!
Tingelingeling.