Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Een draaiersjongen

Tekst: A.L. de Rop - Muziek: R. Hol

In een blauwgeruiten kiel
Draaide hij aan 't groote wiel
Den ganschen dag;
Maar Michieltjes jongenshart
Leed ondragelijke smart,
A ach, a ach, a ach, a ach!

Als matroosje vlug en net,
Heeft hij voet aan boord gezet,
Dat hoorde zoo.
Naar Oostinje, naar de West,
Jongens, dat gaat opperbest!
Hojo, hojo, hojo!

Daar staat Hollands Admiraal,
Nu een man van vuur en staal,
De schrik der zee.
't Is een Ruiter naar den aard:
Glorierijk zit hij te paard!
Hoezee, hoezee, hoezee!