Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Drie schuintamboers

Drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
Drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
Van je rombom, wat maal ik er om
Die kwamen uit het Oosten, rombom

Een van de drie zag daar een knappe deren
Zeg meisje lief, mag ik met jou verkeren?
Van je rombom, wat maal ik erom
Mag ik met jou verkeren? rombom

Zeg jongeman, dat moet je vader vragen
Zegt die van ja, dan kun je mij behagen
Van je rombom, wat maal ik erom
Dan kun je mij behagen, rombom

Zeg ouwe heer, mag ik je dochter trouwen
Zij is voorwaar, de schoonste aller vrouwen
Van je rombom, wat maal ik erom
De schoonste aller vrouwen, rombom

Zeg jongeman, zeg mij wat is je rijkdom
Zeg jongeman, zeg mij wat is je rijkdom
Van rombom, wat maal ik erom
Zeg mij wat is je rijkdom, rombom

Mijn rijkdom is, daar wil ik niet om jokken,
Mijn rijkdom is, een trommel en twee stokken
Van rombom, wat maal ik erom
Een trommel met twee stokken, rombom

Zeg jongeman, dan mag je haar niet trouwen
Zeg jongeman, ik wil mijn dochter houwen
Van je rombom, wat maal ik erom
Ik wil mijn dochter houwen, rombom

Zeg ouwe heer, ik heb nog iets vergeten
Zeg ouwe heer, dit dien je nog te weten
Van je rombom, wat maal ik erom
Dit dien je nog te weten, rombom

Mijn vader is Groothertog van Brittanje,
Mijn moeder is de Koningin van Spanje
Van je rombom, wat maal ik erom
De Koningin van Spanje, rombom

Zeg jongeman, dan kun je haar wel trouwen
Nee ouwe heer, je kunt je dochter houwen
Van je rombom, wat maal ik erom
Je kunt je dochter houwen, rombom