Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Dokter Levertraan

Tekst: Stella Mare

Ontbood men dokter Levertraan,
Dan kon men er altijd vast op staan,
Dat hij, al ging 't ook op dood en leven,
Den zieke slechts levertraan wilde geven.

En als hij naar een kind soms ging,
Uit zijne zak een flesch steeds hing
Met levertraan, die kort en goed
Steeds ieder kind genezen moet.

Toen Hansjes kleine teen eens pijn heeft gedaan,
Was zijn eenige geneesmiddel, levertraan,
En Frans, die eens niet goed kon slikken
Dacht door de levertraan te stikken.

Twee flesschen vol moest ieder nemen,
Maar baat daarbij vonden zij geene
Daar Fransjes keel steeds erger zwol,
En Hansje werd van de pijn haast dol.

Toen namen beiden een besluit:
Zij goten snel de levertraan uit
Al in des dokters besten hoed;
Verdwenen daarna toen met spoed.

En toen de dokter een vriend ontmoette,
Dien hij met den hoed van het hoofd begroette,
Stroomde, als een lange, gele plas,
De vettige levertraan langs zijne jas,

Langs zijn gezicht, zijn haar, zijn mond
Stroomde nu ook de levertraan terstond.
Op straat bleef dadelijk ieder staan,
En keek naar dokter Levertraan.

En alles bleef vast aan hem kleven,
Nooit heeft hij levertraan meer voorgeschreven,
En Hans en Frans hadden pret voor tien,
Maar Dokter Levertraan liet zich nooit meer zien!