Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

De schutterij

Tekst: J.H. Speenhoff - Muziek: J.F. Pala

Daar komt de schutterij
Met vaandels en pluimen
Zij lopen in de rij
Zij kauwen op d'r pruimen
Wat zijn ze in hun sas!
't Is of hun neuzen krullen!
Zij lopen in de pas
Als lieve, zoete knullen

Daar komen de schutters
Zij lopen zich lam
De mannetjesputters
Van Rotterdam!
O, wat een geschitter!
Wat maken ze lef!
Dat komt van de bitter
En 't plichtsbesef

De generaal die gromt
En geeft de vent een lijpie
Die op de vlakte komt
Met 'n sigaar of pijpie
Maar schutters zijn zo gaar
Ga ze niet koejeneren
Ze stoppen d'r sigaar
In d' loop van hun geweren

Daar komen de schutters
Zij lopen zich lam
De mannetjesputters
Van Rotterdam!
O, wat een geschitter!
Wat maken ze lef!
Dat komt van de bitter
En 't plichtsbesef

Wanneer de generaal
De troep gebiedt te zwijgen
Dan roept er een brutaal:
"Kijk jij maar naar je eigen
Jij kan, wat mij aangaat
Wel naar de donder lopen
Als jij zo'n toon aanslaat
Kom 'k nooit jouw kaas meer kopen!"

Daar komen de schutters
Zij lopen zich lam
De mannetjesputters
Van Rotterdam!
O, wat een geschitter!
Wat maken ze lef!
Dat komt van de bitter
En 't plichtsbesef

De schutter is 't beeld
Der Nederlandse natie
Maar dat 'm dat verveelt
Dat merk je an zijn facie
Nooit heeft ie bloed vermorst
Liefst staat hij naast zijn wapen
Voor vaderland en vorst
Een uur of drie te gapen

Daar komen de schutters
Zij lopen zich lam
De mannetjesputters
Van Rotterdam!
O, wat een geschitter!
Wat maken ze lef!
Dat komt van de bitter
En 't plichtsbesef