Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

De kleine rooker

Tekst: A. Put

Weggekropen in een hoekje,
Stopte Hein een Gouwenaar,
En hij rookte en hij smookte
Als een man van zestig jaar.

Maar het duurde geen kwartiertje,
Of hij werd zoo wit als krijt;
Kon niet staan meer op zijn beenen ...
O, wat had ons ventje een spijt!

Moeder bracht hem gauw naar bed toe
En was vreeslijk ongerust.
"Wat scheelt Hein toch, dat hij bleek ziet
En geheel geen eten lust?"

"Wel, mijn jongen, zeg, wat is er?
Straks nog was je zoo gezond ..."
Maar ons heintje gaf geen antwoord,
Deed, alsof hij niets verstond.

Dokter kwam en voelde 't polsje,
Schudde 't hoofd en sprak tot moe:
"Hier heeft u een klein receptje,
Stop hem nu maar warmpjes toe."

Heintje kreeg een bitter drankje,
Was den andren dag weer klaar;
Maar ... hij kwam vooreerst niet weder
Aan zijn vaders gouwenaar.