Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

De juffrouw van de retirade

Tekst: J.H. Speenhoff

De mensen denken dat m'n vak toch zo verschrikkelijk vies moet wezen
Maar dat is werkelijk niet waar, ik zit de krant d'r bij te lezen
Ik eet er fijn m'n prakkie op, ik smul d'r van m'n karbonade
Het gaat er net zo gladjes in, al zit ik bij de retirade

Ik heb m'n hele leven lang al menigeen bedrukt zien komen
En daarna opgeruimd zien gaan, en dan de fooitjes aangenomen
Wanneer ik ook es schrijven kon, dan kwam 't in de grote bladen
Wat ik van 't mensdom heb gezien als juffrouw van de retirade

En als m'n dochter ouder wordt, ga ik ze alle kunsies leeren
Hoe of je aan de dameskant en hoe je doen moet aan de heeren
M'n ondervinding in me vak die komt haar dan toch goed te stade
Je ziet en hoort zoo machtig veel als juffrouw van de retirade

Want als het eenmaal zomer is, dan gaat het prachtig met de zaken
Dan heb ik soms niet eens de tijd, om zelf gebruik d'r van te maken
Dan zegen ik de groenteboer, voor al z'n vruchten en salade
Dan heb je pas plezier d'r van, als juffrouw van de retirade

Eens was ik ziek van reumatiek, m'n benen konden haast niet lopen
Toch bleef ik vlijtig op m'n post en deed de deuren kreunend open
Tot dokter me verandering van lucht beslist had aangeraden
Toen ging ik da'lijk er op uit, en pachtte 'n andere retirade

En daarom trek je neus niet op, je weet niet wat er kan gebeuren
Een mensch z'n buik dat is 'n ding dat je soms maanden lang doet treuren
Al ben je Keizer, Vorst of Prins je hoeft me heusch niet te versmaaden
Soms ben ik meer dan schatten waard als juffrouw van de retirade

En als ik eenmaal sterven moet, wat iedereen toch kan gebeuren
Dan hoop ik dat nog menig klant om mijn afwezigheid zal treuren
En als ik in den hemel kom, schenkt Petrus me direct genade
Stelt ie me daarboven zeker aan als juffrouw van de retirade

En nu de moraal:

Ik schaam me niet dat ik m'n brood verdien met sleutels af te geven
Die anders denkt heeft geen verstand, en snapt geen steek van heel dit leven
Er zijn d'r in de wereld veel die zich in grote weelde baden
Maar die 't verdienden, viezer nog, dan ik 't op de retirade