Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

De herder

Tekst: P. Louwerse - Muziek: J. Worp

Op de groote, stille heide
Dwaalt de herder eenzaam rond,
Wijl de witgewolde kudde
Trouw bewaakt wordt door den hond,
En al dwalend ginds en her,
Denkt de herder: "Och, hoe ver,
Hoe ver is mijn heide!
Hoe ver is mijn heide, mijn heide!"

Op de groote, stille heide
Bloeien bloempjes lief en teer,
Pralend in de zonnestralen,
Als een bloemhof heinde en veer.
En, tevreên met karig loon,
Roept de herder: "O, hoe schoon,
Hoe schoon is mijn heide!
Hoe schoon is mijn heide, mijn heide!"

Op de groote, stille heide
Rust het al bij maneschijn,
Als de schaapjes en de bloemen
Vredig ingesluimerd zijn,
En, terugziende op zijn pad,
Juicht de herder: "Welk een schat!
Hoe rijk is mijn heide!
Hoe rijk is mijn heide, mijn heide!"