Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

De garrenkwak

Wie rijk wil worden op z'n gemak
Die doet maar een strekie met de garnekwak *
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera

Van de Volendammerhoek tot aan Rijzendam,
Daar schep je je in de garnen lam.
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera

En van de Rijzendam tot 't Hoekie van de Nes
Daar vang je bepaald een lit of zes
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera

Van 't Hoekie van de Nes tot aan de Uitdammerhoek
Daar vang je de garne al met er je broek
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera

En van de Uitdammerhoek tot an 't IJ
Daar vang je er ook nog wat aaltjes bij
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera

Dan van 't IJ tot an 't Hard
Vang je de garne klein en zwart
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera

En van 't Hard tot an 't Gooi
Daar vang je de garne óe zo mooi
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera

Van 't Gooi tot an de Knaar
Daar vang je de garne kant en klaar
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera

En komen ze dan 's morgens aan de stad
Dan vrage ze: "Heb je Gerritje al gehad"
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera

En zitten ze 's middags bij Piet Jonk
Dan zegge ze dat 't water stonk
Falderalderie, Falderaldera en hoera, hoera, hoera


* Garrenkwak, garnekwak = garnalenboot