Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

De dievenwagen

Jongens kom kijken, de wagen staat voor
De dieven worden weggereden
Dan zie je de stumperds, hun handen geboeid
Die soms niet het ergste deden
Soms is het een jongen, lang werkeloos
Die 't deed daar hij niets kon verdienen
Vaak zie je de moeders aan het station
Die stil in een hoekje staan grienen

Lach nooit, als je die wagen ziet staan
Je kunt hen gerust wel betreuren
Denk maar alleen: wat hij heeft gedaan
Kan morgen mij ook gebeuren

Wat is het niet wreed als je loopt langs de straat
En overal zie je die weelde
Dan loop je te denken, hoe mooi rijk te zijn
Wat arm zijn wij dan toch, misdeelden
En als soms je kinderen vragen om brood
Je kunt hun ook dat niet eens geven
Dan steel je maar, want 't is voor je kind
Dat heeft toch het recht om te leven

Lach nooit, als je die wagen ziet staan
Je kunt hen gerust wel betreuren
Denk maar alleen: wat hij heeft gedaan
Kan morgen mij ook gebeuren

't Is altijd geen dief die de wagen ingaat
En da's natuurlijk weer het mooie
Het zijn soms die jongens, die geen dienst willen doen
En die ze de nor maar in gooien
Maar hij die vermoordt, en geld heeft, zo'n ploert
Hem wordt steeds die schande vermeden
Hij wordt echter niet met die wagen vervoerd
Maar in z'n eigen auto gereden

Lach nooit, als je die wagen ziet staan
Je kunt hen gerust wel betreuren
Denk maar alleen: wat hij heeft gedaan
Kan morgen mij ook gebeuren