Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

De aardappelnood

Nu de piepers beter zijnen
Ziet men ze al van week tot week
Van de bonlijsten verdwijnen,
Is dat geen gemene streek?
Deze week nog ene kilo,
De naaste week misschien een pond,
In de plaats veel rijst en havermout,
Ze zeggen dat is heel gezond.

Geen aardappel, bonen, erwten,
De nieuwe nog heel in de verte,
Wacht daar maar geduldig op.
Jongens, wat een strop.
Eet dan maar rijst met peulen,
Laat het in de hooikist smeulen,
Anders zeep met gortepap,
Jongens, wat een grap.

Men zegt nu, dat de nieuwe oogst,
Door Posthuma is genomen in beslag,
Zo gaat het, is de nood het hoogst,
Dan wordt pas aan redding gedacht.
Maar als hij dan vooreerst maar gaat tonen
Te zorgen in Nederland voor puike waar,
Voor goeie aardappels, erwten en bonen,
Want anders gaat het zo weer raar.

Men ziet alweer verschijnen,
De nieuwe boekjes, vol met bons,
De oude zullen dan verdwijnen,
Als er maar wat op te krijgen is voor ons.
Maar niet gelijk verleden Winter,
Aardappels, bevroren en verrot,
Anders is het weer als ginder,
Dat ze stinken uit de pot.