Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Boer en kleermaker

Uit: Smijers Volksliederenbundel

Daar was ereis een boertje in het Westerland,
Die liep er met een ezeltje al aan zijn hand,
Die liep er met een ezeltje, een ezeltje een ezeltje al aan zijn hand

Daar was ereis een boertje in het Westerland,
Die liep er met een ezeltje al aan zijn hand.
Die liep er met een ezeltje al aan zijn hand.

Nu had hij nog een lapje, een lapje katoen,
Daar ging hij mee naar zijn snijer toe.

"Zeg snijer, ben jij er de snijer van mij,
Dan moet je mij eens maken een kieldolij".

"Dat wil ik wel doen als er maatjes bij zijn,
Dan zal ik jou wel maken een kieldolij".

En toen hij dat kieltje had aangedaan,
Toen is hij er mee naar zijn vrouwtje gegaan.

"Zeg vrouwtje, ben jij er het vrouwke van mij,
Dan moet jij eens zien naar mijn kieldolij".

"Dat kieltje zit je gansch niet goed,
Je hebt er ja een pensje mee gelijk een koe".

"Heb ik er dan een pensje mee gelijk een koe,
Dan ga ik er mee naar mijn snijer toe".

"Zeg snijer, ben jij er de snijer van mij,
Dan heb jij bedorven mijn kieldolij".

"Dat kieltje kan wel bedorven zijn,
Want ik heb het ja gesneden in de maneschijn".

"Heb jij het gesneden in de maneschijn,
Dan zal ik jou betalen in den zonneschijn".

Toen nam de boer een dikke stok,
En sloeg er den snijer mee op zijn kop.