Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Aan het strand van de Zuiderzee

Aan de Zuiderzee, aan 't stille strand
Woont 't liefste kind van heel 't land,
Ik houd niet zoo'n beetje van haar,
Zij houdt van mij.
Met haar kanten kapje, en klompjes aan,
Kan geen ander in haar schaduw staan.
Ik zag de mooiste heinde en ver,
Maar geen zoo lief als zij.

Aan het strand van de Zuiderzee,
Zuiderzee, Zuiderzee,
Wacht mijn bovenste beste Kee,
Wacht mijn Kee.
Veel juweelen in Amsterdam,
Amsterdam, Amsterdam,
Maar geen twee als de oogen van Kee
Aan de Zuiderzee.

Ben je zoo als ik een echte waterrot,
Och dan is naar zee gaan je gewone lot.
Kee ze zag het in en zei
Je doet maar mijn jong.
Maar toen 't ajuus kwam, houd je goed,
Werd het ook bij Kee een tranenvloed,
't Leek me aan boord precies
Of mij de zee toezong:

Aan het strand van de Zuiderzee,
Zuiderzee, Zuiderzee,
Wacht mijn bovenste beste Kee,
Wacht mijn Kee.
Veel juweelen in Amsterdam,
Amsterdam, Amsterdam,
Maar geen twee als de oogen van Kee
Aan de Zuiderzee.

Eindlijk komt er eens een dag misschien
Dat ik mijn Kee terug zal zien,
Dan gaan wij samen wonen,
Ergens ver aan zee,
En zijn wij eens getrouwd, dan wordt het gauw
Trekken wat je kan aan 't wiegetouw,
Jongens ik verlang zoo naar
Mijn goeie beste Kee>

Aan het strand van de Zuiderzee,
Zuiderzee, Zuiderzee,
Wacht mijn bovenste beste Kee,
Wacht mijn Kee.
Veel juweelen in Amsterdam,
Amsterdam, Amsterdam,
Maar geen twee als de oogen van Kee
Aan de Zuiderzee.