Het Oudhollandse hoekje

Liedjes en versjes uit Oma`s tijd

Aan de oever van de Rotte

Aan de oever van de Rotte
Tussen Delft en Overschie
Zat een kikvors luid te wenen
Met een zuig'ling op haar knie

Lieve kleine, sprak de moeder
Zie je daar die ooievaar
't Is de moord'naar van je vader
Hij vrat 'm op met huid en haar

Potverdorie, sprak de kleine
Heeft die rotzak dat gedaan
Als ik later groot en sterk ben
Zal ik 'm op z'n falie slaan

Nauw'lijks was hij uitgesproken
Of daar kwam de ooievaar
Greep de kleine bij z'n lurven
Stopt'm bij z'n ouwe vaar

Eenmaal binnen aangekomen
Zag hij daar z'n vader staan
En toen zijn ze met z'n tweeën
Naar de uitgang toegegaan

En weer buiten aangekomen
Zagen zij nog altijd groen
Hier uit blijkt dus dat de zuren
Van dat rotbeest het niet doen